Bjarne.nl

New Zealand – Het Zuidereiland deel 4

Stop 19: Timaru

Dit stadje ligt op ongeveer anderhalf uur rijden van Oamaru, maar vanwege de omweg via de gletsjermeren en Mt. Cook hebben wij er iets langer over gedaan om in dit stadje te belanden. Dit stadje is wat minder uniek, maar daardoor ook wat minder toeristisch. In het bezoekerscentrum werd ook hier de uitleg over de eerste bewoners van het land geven. Daarnaast is het dorpje blijkbaar trots op zijn fotografiehistorie, dus is ook hier een tentoonstelling aan gewijd. Een typisch New Zealandse winkelstraat was ook aanwezig, met aan het einde een mooi park met strand. Hoewel het prima weer was, hebben we het zwemmen overgeslagen en hadden we, omdat we toch een middag over hadden (’s avonds wilden we er wel zijn, daarover later meer), kaartjes gekocht voor Beaty and The Beast in de lokale bioscoop. Nadat we door het personeel netjes naar onze plaatsen begeleid werden hebben genoten van een mooie film, waar ook de lokale jeugd netjes stil bij bleef.

Toen we uit de bioscoop kwamen was het inmiddels tijd geworden om naar de haven te lopen, want ook in dit dorpje zouden pinguïns te vinden zijn. Omdat het hier een hele berg minder toeristisch is dan in Oamaru, hadden we de goede hoop om ook hier in alle rust naar deze kleine beestjes te kijken. Toen het net donker was zagen we dat het inderdaad erg rustig was. Enkel een ander stel en een gezin stonden druk te wijzen naar enkele stenen. Het bleek dat er zojuist een pinguïn aan land gekomen was en zich daar tussen de rotsen zou begeven. Even later kwam er een man aan, die aan zijn gele hesje te zien, duidelijk wat van pinguïns af wist. Het gezinnetje vertrok en gedurende twee uur wist de man ons te vertellen dat het beestje toch écht naar buiten zou komen gedurende de avond en dat we eigenlijk later in het jaar terug moesten komen omdat de pinguïns nu niet zo honkvast waren. Toen we de hoop bijna opgegeven hadden begon het beestje steeds meer geluid te maken en kwam ze naar buiten. Ongestoord begon ze zich te wassen op minder dan een meter afstand en af en toe bleef ze lang genoeg staan om een foto van te kunnen maken (het was inmiddels al lang donker en flitsen schrikt de beestjes wél af). Heerlijk om naar zo’n beestje te kijken terwijl er geen groep jellende chinezen om je heen staat. Na een half uurtje vertrok de beste man en toen de pinguïn lekker bleef staan vonden we het welletjes en hebben we de half uur durende wandeling naar de camper maar gemaakt.

Stop 20: Akaroa

Akaroa ligt net onder Christchurch op een schiereiland-achtig ding, Banks peninsula genaamd, en is gevormd door twee vulkaanuitbarstingen van enkele miljoenen jaren geleden. Dit betekende dus over de state Highway met 30 km/u haarspeldbochtjes rijden totdat je een ons weegt. Wat volgde was gelukkig een prachtig uitzicht en het stadje waar we de Rue Jolie inreden om de camper te parkeren. Zoals je al vermoedde… de Fransen hebben geprobeerd dit dorpje te kolonialiseren en vanuit hier het hele Zuidereiland. Toen de Engelsen hiervan op de hoogte gesteld waren werd een oorlogsschip uitgestuurd om op het schiereiland de Engelse vlag te hijsen. Hoewel er vele tekenen zijn van een grotendeels Franse bevolking (ik noemde al de straatnamen, maar ook een Franse vlag, Boutiques , etc.) wordt er toch keurig Engels gesproken door de mensen alhier. Na een wandeling door het dorpje hebben we een elektrisch kaarsje aangestoken in de lokale kerk. De volgende dag zouden we het schiereiland verder verkennen en na José’s eerste ervaring met het eten van een mossel zijn we gaan slapen.

Stop 21: Banks Peninsula & Okains Bay

’s Ochtends werden we wakker met een zachtjes getik op het dak van onze camper. Het regende. Net zoals de vorige keer trokken we er dus op uit om een museum te bezoeken. Het schiereiland bevat precies één museum (althans, volgens de Lonely planet) en dus gingen we af op het Maori & Colonials museum in Okains Bay. Om hier te komen volg je de tourist drive, de toeristische route dus. Deze route over krappere haarspeldbochtjes dan de state Highways brengt je bovenlangs alle baaien die het schiereiland rijk is. Om bij het museum te komen kom je langs een weggetje dat eigenlijk niet voor 7.15 meter lange bussen bedoeld is, maar waar het wel heerlijk rijden is (als je tenminste geen hoogtevrees hebt). Beneden kom je bij een klein museum dat een mooie collectie met diverse Maori-items heeft. Er staan ook diverse oude huisjes uit het hele schiereiland, die geschonken zijn door de oude bewoners en erheen verplaatst zijn. Een aanrader als je het schiereiland bezoekt, maar je moet er wel echt heenrijden. Geen straf over de mooie landweggetjes. Aan het eind van de toerist drive ligt het café / Restaurant “The Hilltop” waar we heerlijk hebben geluncht. Na de lunch vonden we het tijd om nog wat dorpjes rondom Christchurch te bekijken, maar omdat het gedurende de rit steeds meer begon te regen besloten we toch richting de grote stad en tevens onze eindbestemming te rijden. Bij gebrek aan een ruim 7 meter lange parkeerplek in het centrum reden we richting de camping om daar nog even lekker te zwemmen. Stop 22 zal dus nog een dag moeten wachten.

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2020 Bjarne.nl

Thema door Anders Norén